woensdag 13 maart 2013

Kindertotenlieder

Jullie wisten al dat ik van het werk van Mahler houd.
Vanavond hoorde ik de 6e symfonie van Gustav Mahler in het Concertgebouw van Amsterdam.

Mahler zei over zijn symfonie: "De Zesde zal raadselen opwekken die alleen maar begrepen kunnen worden door iemand die mijn vijf vorige symfonieën goed in zich opgenomen heeft".

Volgens Mahler voorspelden de drie hamerslagen drie grote tegenslagen die hij te verduren kreeg in het jaar na de première van de symfonie (1907): zijn ontslag van de Weense Opera, de dood van zijn oudste dochter Maria Anna, en de vaststelling van een ongeneeslijke hartziekte bij hem terwijl zijn dochter op haar sterfbed lag.

De symfonie wordt ook betiteld als de Tragische. Ik realiseerde me dat ik de symfonie goed ken, maar hem nog nooit live had gehoord. Live is zoveel mooier. Ik hoorde klanken die ik nooit gehoord had, ik hoorde gevoel. Mahler laat je voelen dat het leven in marstempo vooruit schrijdt, en dat – zonder stil te staan bij wat er gebeurd is – het lot je mee sleept naar je volgende moment. In het leven is niets pais en vree, maar gaat het er om of je voldoende geniet. Het derde thema dat hij in zijn opening gebruikt, ingeleid door de violen wordt door zijn vrouw beschouwd alsof het over haar gaat.

 

Ik houd erg van Mahler. En hoewel het werk van Mahler vaak een melancholische, neergeslagen toon aanslaat voel ik steeds weer zijn vibratie en zijn levendigheid. Mahler laat je voelen en ervaren dat het leven zoveel moois te bieden heeft.
 

Zo was ik onlangs met een vriendin bij een concert van Christiane Stotijn en het Oxalys ensemble. Ze zong onder meer Mahlers Kindertotenlieder. Mahler heeft dat werk gemaakt aan de hand van de gedichten die door Friedrich Rückert in geschreven zijn. Ongeveer 400 gedichten schreef hij, allemaal gewijd aan de nagedachtenis aan zijn overleden kinderen Ernst en Louise Rückert. Ze overleden op 5 en 3 jarige leeftijd een jaar na elkaar. Dit moet voor hem zo’n immens grote impact hebben gehad dat hij een belangrijk deel van zijn verdere carrière heeft geschreven met de nagedachtenis aan zijn kinderen. De gedichten werden pas uitgegeven nadat Rückert zelf overleden was. Niet minder dan terecht dus dat Gustav Mahler – als bewonderaar van de dichter Rückert – er twee erg indrukkende werken van heeft gemaakt. Het woord mooi is hier niet gepast, maar beschrijft wel op de juiste wijze waarin Mahler de gedichten van Rückert een klank heeft gegeven.

 
Mahler, verklankt het drama van twee verloren kinderen wordt zo indrukwekkend dat deze liederen je raken tot in het diepst van je ziel. Zodat je weet dat je iets belangrijks mist en je voelt dat je wat ontnomen wordt.

Christiane Stotijn was in staat om de juiste toonzetting te vinden en daarmee zonder een overdreven dramatiek het gevoel van de luisteraar te bespelen. Haar klankkleur past perfect bij deze liederen.

En dan te bedenken dat de kleine zaal niet eens uitverkocht was, ik ben zo blij dat ik dit heb mogen meemaken.

 
Dat Mahler een van mijn favoriete componisten is zegt natuurlijk ook wat over mijzelf. Dat ik bijzonder ontroerd wordt van zijn 9e symfonie, waarin hij zijn eigen einde verklankt zegt ook iets over mij. Tranen biggelen over mijn wang als de laatste noten van de 9e klinken.

In mijn middelbare school periode had ik een bevlogen muziekdocent, hij wilde ons laten ervaren dat de wereld breder was en dieper ging dan Clouseau, Doe Maar en ‘Kom van dat Dak af!’. Een van de werken die we hebben geanalyseerd was de 9e van Mahler. Hij kon erg bevlogen vertellen, terwijl de muziek op de achtergrond klonk over deze symfonie. Iedere keer weer als ik de 9e hoor, hoor ik Erik vertellen. “Hoor je zijn hartslag? Hoor je dat zijn hart het niet goed meer doet? Hoor je zijn verdriet? Weet je dat zijn vrouw hem net verlaten heeft? Voel je dat hij zijn einde nabij ziet komen? En dat hij geen uitweg meer ziet? Voel je zijn boosheid?”

Ik zou zo graag weer bij hem in de klas gaan zitten, om mij te kunnen laven aan zijn inspiratie en toewijding aan zijn vak.

 
Dat ik in het afgelopen jaar drie Mahler werken met drie voor mij bijzondere mensen heb mogen ervaren maakt mij tot een gelukkig mens. Dat ik dankzij mijn muziekdocent toen ik 16 jaar oud was Mahler heb leren kennen maakt mij tot een leerling voor altijd.

zaterdag 2 februari 2013

Sensorische deprivatie



Vandaag was ik in Amsterdam, in de Beurs van Berlage. Ik was daar om de expositie My Dream over de werken van Van Gogh te zien. En terwijl ik daar rond liep kreeg ik al heel snel het gevoel dat ik naar postertjes aan het kijken was. Niets van alle grandeur van de marketing bleek waar. Je ziet niets van Van Gogh zoals zijn werken origineel waren. Het is goed om te zien dat alle werken van Van Gogh verzameld zijn, terwijl in het echt zo’n grote hoeveelheid werken nooit samen zouden kunnen komen, zo hingen alle zelfportretten die Van Gogh ooit gemaakt had in één cirkel naast elkaar. Dat zal in het echt nooit lukken. Maar geen enkel schilderij had de kracht van de werkelijkheid, geen enkel werk kwam zo over als een Van Gogh hoort over te komen. Ik had het gevoel in de toekomst rond te lopen. Waar kunst niets meer is dan een verzameling printjes uit een kleuren printer. En ik kreeg rillingen over mijn rug, omdat ik zo bang ben dat dit ons voorland is, ons voorland in een land waar cultuur als overbodig goed wordt gezien, in een land waar kunst als een bezuinigingspost wordt gezien.

Ik sprak onlangs met een vriendin over de opvoeding van haar kinderen. We spraken over het opvoeden van kinderen, en het bieden van inspiratie aan kinderen. Ik sprak over het feit dat ik vind dat kinderen zoveel mogelijk moeten worden uitgedaagd om over hun eigen grenzen heen te kijken, dat de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen moet worden beloond met allerlei nieuw ervaringen in kunst, muziek, culturen en andere zaken die goed zijn voor de mensheid. Ik sprak daar met haar over omdat ik vond dat ik als kinderloze een mening mocht hebben over de culturele opvoeding van kinderen. En tegelijkertijd constateer dat veel kinderen – omdat hun ouders druk zijn met hun eigen besognes – kinderen te vaak laten opgroeien in een omgeving waarbij K3, de speeltuin in de buurt en de Nintendo al snel de grootste culturele uitspattingen zijn. In een klimaat waar de cultuurbezuinigingen ook het de educatieve sector hard geraakt hebben worden onze kinderen in een cultuur arm klimaat opgevoed. deze kinderen, de producten van de opvoeding leven in een vluchtige maatschappij. Alles is vergankelijk, en in het geval van K3 en Nintendo, alles is een spel.

Deze kinderen leren niet kijken naar een object en daar een intrinsieke waarde bij voelen. Ze leren niet kijken naar een werk als dat van Anish Kapoor, een van de grootste kunstenaars in de wereld van dit moment. Onlangs had hij een fantastische tentoonstelling in Museum de Pont in Tilburg. Hij maakt werken die de menselijke ziel diep kunnen raken. Anish Kapoor wil werken maken die er voor zorgen dat de kijker onderdeel uit maakt van het werk, spiegelende werken, werken waar de kijker doorheen kan kijken en veelal werken die een enorme impact kunnen hebben op je waarnemingsvermogen. De tentoonstelling in Museum De Pont in Tilburg is inmiddels afgelopen, maar ik had het voorrecht om Anish Kapoor persoonlijk te ontmoeten, een van de meest inspirerende momenten van 2012.

Museum De Pont heeft een aantal kenmerkende werken van Anish Kapoor in bezit die behoren tot de permanente collectie. Een van die werken kende ik niet zo goed, het werk heeft geen titel, maar een des te grotere impact op mij. Wat je namelijk ziet is een donkere kamer. En als je om het hoekje kijkt zie je een donkere kamer, vrijwel zwart. Dus je kijkt even, denkt ‘Ok, een donker hok’ en loopt door. En dat is precies wat hij tracht te voorkomen. Want blijf bij die kamer eens stil staan, en geef je ogen de kans om te wennen aan de donkerte. Langzaam, heel langzaam ontstaat er een beeld, en langzaam zie je dat zwart en donker helemaal niet zwart is, maar tinten van paars en blauw bevat, je ziet een cirkel ontstaan, die cirkel blijkt een halve bol te zijn, achter in de ruimte. Ineens voel je je heel klein, en heel dom. Waarom ben ik hier al zo vaak langs gelopen, waarom heb ik dit nooit gezien, wat mooi, wat wordt je naar binnen gezogen.

Achter me hoor ik ‘Mamma, waarom blijft die meneer daar staan’. Ik draai me om, geef het kind een hand en vraag het kind, ‘kom jij ook eens kijken,. En probeer dan eens heel goed te kijken….. Wat zie je?’.
De verwondering getekend op het gezicht van een kind, zo mooi.

Hordes kinderen worden zelden in de verleiding gebracht verder te kijken dan hun straat lang is. Komen in hun ervaringenpalet niet veel verder dan de muziekkeuze van de ouders en de speeltoestellen in de buurt.

Ik ben er van overtuigd dat dat allerlei onbedoelde bij-effecten heeft. Een kind dat nooit heeft leren ervaren hoe een ander het heeft realiseert zich niet dat andere mensen zich misschien kunnen storen aan gedrag dat hij zelf als volstrekt normaal ervaart. Vandalisme, geluidsoverlast en andere gedragingen behoren dan bij het wereldbeeld, want tenslotte heeft het kind nooit leren kijken door de bril van een ander.

In de psychiatrie is een techniek genaamd sensorische deprivatie. In het kort is die techniek er voor bedoeld om mensen die last hebben van te veel zintuiglijke prikkels van buitenaf te plaatsen in een volledig prikkelloze omgeving, dit kan ontspannend werken, maar zeker ook genezend voor mensen met allerlei stoornissen.

De exacte omschrijving luidt als volgt:
(welbewuste) onthouding van zintuiglijke prikkels; kortdurende onthouding kan ontspannend werken, langdurige onthouding leidt tot een verstoord tijdsgevoel en uiteindelijk tot psychische stoornissen (denkstoornissen, hallucinaties, wanen e.a.).
Sensorische deprivatie kan een goede therapie om mensen rust te geven, om mensen te laten leven in een wereld die te veel prikkels, te veel invloeden van buitenaf biedt. Maar tegelijkertijd heeft de therapie ook een gevaar. Gebleken is namelijk dat mensen die te lang leven zonder prikkels ernstig verstoord kunnen raken. Sensorische deprivatie kan eveneens leiden tot hallucinaties, wilde fantasieën, en met name een verstoorde weergave van de werkelijkheid. Ik wil nu niet direct zeggen dat kinderen die te weinig inspiratie krijgen in hun opvoeding daarmee per definitie verstoord zijn, in tegendeel, kinderen die te weinig inspiratie krijgen zijn in de hedendaagse maatschappij wellicht juist de ‘normalen’.

Eerder in deze blog gaf ik jou, de lezer, de opdracht om de 2e symfonie van Mahler op te zetten. Dat deed ik niet voor niets. Ik heb onlangs die Symfonie in een bijzonder inspirerende uitvoering van het Gelders Orkest gezien en gehoord. De symfonie heeft als titel de ‘wederopstandings symfonie’. Als je deze symfonie de kans geeft om tot je te komen, om de muziek haar werk te laten doen wordt je gemoed heen en weer geslingerd. Je raakt geroerd, je raakt boos, je schrikt en je zwijmelt weg bij mooie melodieën. En als je jezelf de kans geeft om even alleen de muziek te horen, en niet je eigen gedachten, dan geniet je, want het gevoel dat je leeft, dat je een levend wezen bent met emoties en met wilde gevoelens zal je raken. Ik gaf je de opdracht om te luisteren naar een opname, maar ga ooit nog eens naar een live uitvoering. Want juist de geluidseffecten - die Mahler in 1888 al bedacht had - geven je zo’n geweldige muzikale beleving dat je die alleen live kunt ervaren.

Mahler schreef over het laatste deel het volgende:

"De graven springen open en alle schepselen worstelen zich krijsend en tandenklapperend los uit de aarde. Ze komen aangemarcheerd in een geweldige stoet: bedelaars en rijken, volk en koningen, de ecclesia militans, de pausen. Bij allen dezelfde angst, want voor God is niemand rechtvaardig. Daartussen klinkt steeds weer, als uit een andere wereld, het grote appel (de hoorns en later ook trompetten uit de verte). Tenslotte, nadat allen in de grootste verwarring door elkaar geschreeuwd hebben, klinkt de langgerekte stem van de vogel des doods (de fluit en piccolo tijdens de laatste passage met de koperblazers uit de verte) uit het laatste graf, die eindelijk ook sterft."

En als je dan na al die belevingen aan het eind van de symfonie komt, tilt Mahler je op naar ongekende hoogte, je wordt blij, je geniet, je leeft, het is spannend, het is onverwacht, je verlangt naar meer, je hart klopt sneller, je haren gaan overeind staan, je ogen gaan wijd open, en je ziet de wereld anders. Je kijkt over je schouders, en roept “Pappa, ik leef!”.
Mahler kijkt je aan en knikt genoegzaam, in de wetenschap dat hij je heeft doen leven.

 

Zucht, wat leven we in een mooie wereld

 

 

vrijdag 12 oktober 2012

Inspiratie

Het heeft even geduurd voor ik mijn inspiratie weer vond, maar ik heb de afgelopen week zo’n ongelofelijk inspirerende week gehad.

Ik had achtereenvolgens een college van Andreas Scholl, een wandeling door het nieuwe Stedelijk, en daarna mocht ik van mijn tien jarige vriendin mee naar een uitvoering van Ringetje door De Nederlandse Opera.

Het College van Andreas Scholl ingeleid door de directeur van het Nexus instituut, Rob Riemen. Hij begon met een anekdote over zijn idee bij de huidige kabinetsformatie. Hoe zou de Nederlandse publieke opinie reageren als blijkt dat de heren Samson en Rutte al flink wat tijd hebben besteed aan het bespreken van de schoonheid van de werken van Bach. Het antwoord kunnen we waarschijnlijk helaas voorspellen. Dat was ook wel af te meten aan het aantal mensen dat het land lam heeft gelegd om de bezuinigingen op kunst en cultuur van het vorige kabinet tegen te houden. (niet meer dan een hand vol). Terwijl de onderlinge sfeer van de onderhandelaars en de verbinding die ze beiden ervaren er wel degelijk door gesterkt kan worden, het uiteindelijke regeerakkoord zal er waarschijnlijk er een stuk beter door worden.

Andreas Scholl gaf een college over ‘The truth and beauty in music’. Zijn mooiste uitspraak van die dag was wat mij betreft:

‘Ik heb het gevoel dat als je naar de aarde kijkt vanuit de ruimte, dat iedere keer als er iemand naar een concert gaat er een beetje positieve energie oplicht. En vanwege alle concerten op de aarde wordt de aarde dan fel verlicht. Zo houden we de positieve geest op aarde een beetje in stand.’

In zijn beleving werkt klassieke muziek als een reiniging voor de geest. Een positieve invloed in een ieders levenssfeer. Een goed klassiek concert is als een interne reiniging van de geest.  En iedere muziek noot draagt bij aan het beter worden van de wereld.

Daarmee bevestigt Scholl mijn wereldbeeld. Muziek en kunst vervult mij met een geluksgevoel, een gevoel dat de wereld een betere plaats is. Een wereld waarin er mooie klanken klinken, waarin er gevoel en emotie met elkaar gedeeld kunnen worden. Een wereld waarin je je ogen dicht kunt doen, je jezelf veilig kunt voelen, en waar je oren het instrument zijn om een wereld te scheppen die je verheft boven het menselijke. Een wereld waarin je zweeft en gelukkig bent, waarin zorgen verdwijnen en een geluksgevoel je bedwelmt.



Na dit college ben ik snel doorgegaan naar het nieuwe Stedelijk. Ik zag daar een kind op de schouders van zijn vader. Zijn ogen spraken boekdelen, ze stonden wijd open, en spraken oprechte  verwondering uit. De wandeling door het museum deed zijn ogen open gaan en als een sponsje zag je hem de culturele verwondering opzuigen.



Het is wetenschappelijk bewezen dat het luisteren naar muziek en het maken van muziek het brein van kinderen doet groeien. Juist daarom is het zo ongelofelijk belangrijk dat kinderen vanaf een zo jong mogelijke leeftijd in aanraking laten komen met muziek, kunst en andere vormen waarin we onszelf kunnen spiegelen aan een andere werkelijkheid.

'Music, once admitted to the soul, becomes a sort of spirit, and never dies.'(Edward Bulwer Lytton)

Een dag later mocht ik naar de uitvoering van Ringetje van De Nederlandse Opera.

Een zaal vol met kinderen, ouders en andere aanwezigen zoals ik genoten van Wagners’ Ring des Nibelungen, een ingewikkeld verhaal verpakt in een theaterstuk voor kinderen. Ik was erg geraakt door de uitvoering. En misschien niet eens door de uitvoering, want die was muzikaal niet veel meer dan een ‘the best of…’ van Wagners’ leitmotiven. Maar de totale ambiance. Kinderen die naar Siegfried roepen dat hij moet opletten voor Mime, en dat hij de rode drank van Gutrune niet moet drinken. Heerlijk.

Wij mogen dat niet als we in de zaal zitten, wij moeten vijf uur stil zijn en mogen pas klappen als de dirigent daar toestemming voor geeft.

Wat zou ik graag dat kind willen zijn, en alles willen opzuigen wat ik tegenkom. Als ik naar een museum ga of naar een concert ga kan ik me in de schoenen van dat kind plaatsen. Al mijn zintuigen plaatsen mij midden in de kunst, of midden in het concert. Zo af en toe wordt ik zo geraakt dat ik een traantje mag weg pinken. En als ik dan zo’n kind zie genieten ben ik zo blij dat er nog toekomst is, dat inspiratie uiteindelijk altijd overleeft.

Inspiratie is zo ongelofelijk belangrijk.  

 

maandag 26 maart 2012

Peer Gynt

Een heldere sterrenhemel, ik dans.
Ik hoor ganzen, eenden, stilte. Een kleine sikkel van de maan tovert een schilderachtig landschap. Ik sta stil en luister. Het is laat, en donker. De sterren zijn zo helder dat je ze kunt tellen. Links en rechts van me twee plassen water. De schittering van de sterren en de maan geeft het moment magie. De stilte wordt gevuld. Ik hoor gefluister, ik voel muziek.

Ik denk aan de muziek van Peer Gynt. Ooit zal ik terugkeren naar de Peer Gynt Vegen in Noorwegen om te genieten van de imponerende natuur en de muziek van Edvard Grieg.
Met de muziek in mijn hoofd dans ik onder de sterrenhemel, het moment duurt eeuwig, de stilte van de sterrenhemel daalt neer  en verzacht de nacht.

Solveigs lied klinkt, een glimlach straalt.

---------------------------------------------------

In 1867 Schreef Henrik Ibsen het verhaal van Peer Gynt, Edvard Grieg maakte er de magistrale muziek bij, nu het best bekend als de Peer Gynt Suites. Een van de mooiste verhalende muziekstukken die ik ken zijn de Peer Gynt suites.

Peer was een jongeman die van fantaseren zijn leven had gemaakt. Hij voelde zich de koning te rijk, en leefde zijn eigen leven. Toen zijn moeder hem vertelde dat ze zichzelf dood wenste om uit haar armoedige bestaan te vluchten was hij zo ontdaan dat hij tegen haar riep ‘Maar ik wordt keizer, dat beloof ik je’.

Op de bruiloft van het meisje Ingrid dat hij volgens zijn moeder had moeten trouwen (de bruiloft was van haar met een ander) ontmoet Peer de predikantendochter Solveig. Solveigs moeder zorgt er voor dat Peer en Solveig elkaar niet kunnen aanraken, maar Solveigs hart is sneller gaan kloppen. Peer wordt verbannen uit het dorp nadat hij toch nog een passionele nacht met Ingrid heeft gehad en trekt de bergen in, op zoek naar zijn droom. Solveig vergeet Peer niet, maar Peer is te druk om zijn eigen fantasie na te jagen.

Vele jaren later als Peer 60 is en een rijk zakenman is geworden is hij nog steeds alleen. Hij leidt schipbreuk en spoelt aan op het strand, de dood staat klaar om hem mee te nemen, hij is volgens de dood klaar met leven en heeft verder geen nut meer. Toch overtuigt Peer om hem nog achter te laten, zodat hij kan bewijzen dat hij wel wat waard is.

Peer vindt een ui en hij besluit dat hij die ui is. Om zijn eigen kern te vinden pelt hij de laagjes van de ui. Maar terwijl hij de ui pelt komt hij er meer en meer achter dat de uit geen kern heeft. Dan hoort hij Solveig zingen, die nog steeds op hem wacht, Peer besluit deze keer – in tegenstelling tot alle andere keren – recht op zijn doel af te gaan en valt Solveig in haar armen. Solveig is tenslotte de enige die Peer’s ware kern kent. De dood verliest, Solveig wint.

woensdag 22 februari 2012

Solo

De sterrennacht in Portico di Romagna lijkt schier oneindig. Terwijl ik in het donker wandel door de sneeuw sta ik regelmatig stil, genietend van de stilte, van de serene rust. Zelfs de straatverlichting is tot rust gekomen. Het leven kwam hier tot stilstand. En de sereniteit blijft hangen.

Zo mooi om stil te staan, de mijmeringen zwerven over het landschap. Een beekje stroomt beneden, een hondje snuffelt aan een hoopje sneeuw. Zou ze hopen dat er iets uit het hoopje springt? Of is het de geur van de rust die haar betovert.

Uren, uren kan ik hier vertoeven.

Ik doe mijn ogen dicht, ik hoor Philip Glass op de achtergrond. Het geluid van het stromende beekje wordt gevuld met violen, de violen kabbelen voort alsof ze samen willen laten horen wat het beekje voelt.


Violen. De sereniteit van een solo viool. Zo zeldzaam, want vaak vergezeld van een orkest. Maar een solo viool, zoals in de magistrale film ‘The red violin’ dromen worden vervuld. De fragiele viool vechtend tegen het monster van massaliteit. Vandaag voel ik me een viool. Geen tweede viool, maar een solo viool. Zelden krijg ik als viool de kans om alleen mijn geluid te laten horen, ik moet rennen om de rest van me af te schudden. Zonder mijn geluidsbehang wil men mij niet horen, terwijl ik strijd voor mijn eenzame recht om gehoord te worden. Die viool, die ben ik, zo voel ik, zo leef ik.

Een eenzaamheid die voortkomt uit het groepsgevoel, een groepsgevoel waarbij de groep overheerst en het individu roemloos lijkt uit te sterven. Een individu, met een schoonheid die niemand te zien of te horen krijgt omdat de groep overstemd, maar een schoonheid die gewoon zichzelf wil zijn.

De muziek van Philip Glass wil vaak zo zijn, dat het individu het geheel overstijgt. Simeon ten Holt met zijn magistrale meesterwerk Canto Ostinato is misschien zelfs de perfecte vorm van abstinatie van het verlangen om te excelleren. Juist de sereniteit van herhaling, van repeteren, en subtiele variaties maken duidelijk waar het in het leven echt om gaat. Voortgaan, en excelleren in het zijn. Het Zijn perfectioneren en voelen hoe het is om te geloven in dat wat komen gaat.


Ik open mijn ogen, de sneeuw kraakt onder mijn voeten. Er is geen maan vanavond, alleen de sterren, die helder aan de hemel staan, geen wolkje te bekennen. En ik vraag me af.

Stel, we zouden daar allebei staan, jij en ik. Wat zou jij voelen, hoeveel sterren zou jij tellen? Hoe zou jij dit moment ervaren? Zou je de stilte de stilte laten, of de stilte willen vullen met geluid, geluid dat verzacht de pijn van eenzaamheid, of verhult te pijn van verlangen. Geluid dat – hoe dan ook – de ruimte vult met een andere dimensie van de stilte van dit moment. Of zou je, net zoals ik genieten van dit moment, de stilte laten wegsterven in de nacht. Een omhelzing in stilte laten gebeuren. Zo stil als mogelijk om het moment niet te vervuilen met onrust.



De stilte verstilt

De stilte sterft in de nacht

In de verte dreigt een onrustig gebrom de stilte te verdoezelen met …….

Ach, ik zwijg en sluit mijn ogen opnieuw om terug te gaan naar dat moment, dat moment dat de wereld om me heen me ruimte gaf voor mijn eigen echo.

maandag 2 mei 2011

Duitsland

Wat moet je er mee, Duitsland, ik snap die mensen niet, ik snap het land niet en ik vraag me af waarom het er eigenlijk ligt.
Tot op heden heb ik Duitsland alleen gebruikt als land om er doorheen te komen, onderweg naar Zwitserland, of liever nog Italië. Word ik ineens wakker in een moment waarbij blijkt dat de reis waar ik voor gekozen heb Oost Duitsland als eindbestemming, sterker nog als doel heeft. Dresden is best grappig. Weinig te beleven, maar wel een Semper Oper. Dat hebben ze goed gesnapt hier. Maar het aantal malen dat ik hier door een inwoner ben aangesproken op het feit dat ik graag een drankje wil bestellen en daar ook best nog netjes (flink) voor wil betalen. Ik snap het niet.
Gisteren. Ik bestel een flammkuchen. Een pizza achtig plakkaatje… op zich best aardig. Dus tien minuten vraag ik of ik er nog een kan bestellen. Het antwoord was dat de keuken helaas al een half uur gesloten was. En nou kappen er mee, ophouden met toeristje pesten. Een vriend van me zei dat je er gewoon tegenin moet gaan, “Ich verbitte mir diesen ton”.
Ik houd daar niet van. Gewoon negeren en doorgaan. Ok, geen flammkoekje voor mij, maar conflicten kan ik nog vaak genoeg aan gaan.
Is de Oost Duitse overlevering van de DDR tijd dan zo’n grote dood-doener geweest? Als ik in de ogen van de mensen kijk zie ik een doodsheid, een blik die mij lijkt te zeggen “het zal mij allemaal een worst wezen”. Een ongeïnteresseerdheid, een afstandelijkheid een nietszeggendheid die ik niet snap. Ik  een  die ik alleen maar met het verleden kan verklaren. De schade uit de oorlog is hier nog volop aanwezig, het lijkt wel of ze geen zin hebben om het op te ruimen. Of ze het eigenlijk allemaal wel best vinden. Plezier maken, genieten van het leven. Wat moois maken van je leven, ik vraag me af of ze hier snappen hoe dat moet. Of ze dat verleerd zijn, niet durven, of ze simpelweg de inspiratie niet hebben om gewoon met z’n allen er iets leuks van te maken.
Ik voel een zekere behoefte om uit te zoeken waarom dit zo over me heen komt. Om te kijken waar mijn idee vandaan komt dat men hier de inspiratie is kwijt geraakt om wat te maken van het leven.
Ik ga het niet doen. Ik wil hier weg.
Ik weet nu zeker dat Duitsland voor mij een land zal blijven waar je niet moet stil staan, en snel moet door rijden naar Italië of in ieder geval een land waar men leeft. Intens leeft.
Je kunt van alles zeggen over Berlusconi, maar leven met emotie, groots leven, alles uit het leven halen wat er in zit, in sommige opzichten bewonder ik hem ook wel weer.
Ich verbitte mir diesen ton!
Ik vind het een geweldige uitspraak. Nee Duitsland voor mij… snel doorheen rijden. Zo hard je kan. En dat is dan misschien het meest positieve aan het land. Dat er door heen rijden, dat gaat in ieder geval prima.

vrijdag 18 maart 2011

Wat is een huis?


Alfredo en Violetta zochten hun rust in een plattelandshuis bij Parijs. Ieder mens heeft een plek nodig waar hij of zij tot rust kan komen. Een plekje eigen, een beetje geborgenheid, een plekje met je eigen rommeltjes en je eigen geurtjes.
Verhuizen staat in de lijst van ‘life events’ met de meeste stress voor een mens. Hoewel er nog heel veel belangrijke zaken boven staan blijft uw Alfredo zich bezig houden met het hier en nu. En op dit moment is het hervinden van vaste grond een thema in het leven.
Een nieuwe omgeving, het zoeken naar een nieuwe habitat is aangebroken. Je habitat verandert. De vraag die je jezelf ook zo moment stelt is of je nog wel leeft. Of de wereld waar je thuishoort wel de wereld is waar je thuis bent.
Je bent als mens geneigd om een habitat te zoeken waarvan je denkt, wil of graag zou willen dat het je habitat is. Je zoekt connectie, je zoekt verbinding, je zoekt, kortom, naar een plek met soortgenoten. Op die plek is het normaal om jezelf te zijn. Op die plek hoef je, tegenover anderen, niet te laten zien wie of wat je bent. Want je bent. Je bent jezelf.
Waar identificeer je je mee. Waar wil je je mee verbinden, waar kun je je mee verbinden, waar kun je je mee identificeren.
Als een mens verhuist begint het grote zoeken. De identiteit wordt opnieuw gedefinieerd. Zoals een vriend van mij onlangs zei, "mensen leven in rollen ". En in die rollen zoeken mensen een plekje. En dat plekje kunnen wij definieerden als de comfortzone. Die comfortzone is een afgebakend territorium waarbinnen een mens zich veilig voelt. Een veilige afbakening van bekend terrein dat bekende terrein moet vooral niet al te vaak veranderen. Want hoe vaker dat bekende terrein veranderd hoe onbekender het terrein wordt en daarmee hoe om een veilige de situatie wordt waarin een mens zich denkt te begeven. Het kan dan zomaar zijn dat een mens zich onveilig gaan voelen, en juist op dat moment ontstaat er angst angst die leidt tot zelfbescherming. Zelfbescherming door het opwerpen van hogere drempels het neerzetten van hoge schuttingen en bijvoorbeeld het stemmen op de PVV. Misschien wel daarom zouden we kunnen stellen dat onze veiligheid, of in ieder geval een gevoel van onveiligheid de grootste reden is waarom de PVV op dit moment de snelst groeiende partij is. De vraag die dan gesteld kan worden is of dat nu juist die politieke partijen die zich richten op dat gevoel van onveiligheid groeien omdat wij ons allemaal onveilig voelen. En daarom voelen wij ons zelf onveilig.

Maar al bij al is het zoeken, of het vinden, zal een nieuwe habitat een rijke ervaring. Een nieuw begin. Een nieuw einde. Maar, hoofdzakelijk een nieuw moment, en daarbij is het niet echt relevant of dat nieuwe moment nu een goed of een slecht moment is. Want iedere moment kan in deze een goed of slecht moment zijn. De dag breekt, aan de dag begint, de uitdaging begint.