Ik zit in een vliegtuig.
Bijna negen uur. En terwijl ik daar zit realiseer ik me dat ik ben afgesloten van de digitale wereld. Ik ben op dit moment niet bereikbaar. En ik geloof dat een normaal mens zich daar niets bij kan voorstellen, maar ik voel me ongemakkelijk. Het nadeel van 'the digital age' is dat het niet heel erg ingewikkeld is om 24 uur per dag bereikbaar te zijn. Daarom is 24 uur per dag online en bereikbaar zijn eigenlijk niet eens een vraag, maar een gegeven.
Het is al weer een redelijk aantal jaren geleden dat iemand tegen me zei dat je pas echt belangrijk bent als je het je kunt permiteren niet bereikbaar te zijn. Dat geeft te denken. Kan ik me dit dan wel permitteren? Want belangrijk ben ik zeker niet.
En het gekke wil dat ik me er ook ongemakkelijk bij voel. Er gebeurt van alles in de wereld waar ik nu geen weet van heb, gaat het nog goed met mijn honden, mijn huis, mijn land, de wereld?
Onthecht, is dat het juiste woord? Ver boven de wolken, en als we weer onder de wolken komen is de wereld ineens anders?
Ach, ik heb de (papieren) Volkskrant bij me, dus helemaal verstoken ben ik niet.
Ik werd er onlangs op gewezen dat ik misschien wel veel apparaten in huis heb waar ik mijn. Mail op kan lezen. Het aantal waar we op kwamen is me even ontschoten, maar veel was het wel.
Zo'n digitale onthechting biedt ook een kans. Een kans om eens een mooi boek te lezen, je zonden te overdenken. Nieuwe mensen te ontmoeten, nieuwe ontdekkingen te doen, een vrijheid te herwinnen.
Mensen. Het mooiste wat deze wereld te bieden heeft. Hoe sta ik in deze wereld, hoe staat mijn medemens in deze wereld.
Ik heb vandaag al veel leuke, fijne, mooie nieuwe mensen leren kennen. Wat kunnen mensen toch mooi zijn, en wat is het mooi om leuke nieuwe mensen te ontdekken. Zo wil het toeval dat je je in een vliegtuig bevindt van hot naar her, de halve wereld over. En dat je tussen de 200 mensen in zo'n luchtbus toevallig komt te zitten naast een medebewoner van mijn eigen quartier latin. Je hebt 6300 kilometer te overbruggen gaat het halve land door om aan die reis te beginnen en je belandt naast iemand die 500 meter van je vandaan woont. Het leven kent haar mysterieuze wegen...
Toeval bestaat niet zouden de gelovigen onder ons zeggen, edoch, het bewijs... Toeval.
Dat zet mij - Alfredo - aan het denken. Ik ben er van overtuigd dat ieder mens iets goeds in zich heeft, dat ieder mens een bloemetje in de knop is die - met de juiste verzorging - tot wasdom kan komen als een mooie volwassen bloem. Ik ken eigenlijk alleen maar mooie bloemetjes en bloemen.
Geluk moet je delen.
Geluk is geen exclusief recht, geluk is een universeel gevoel, dat alleen maar sterker kan worden als dat geluk gedeeld kan worden. Ik weet zeker dat mijn dakloze vrienden het hier mee eens zijn.
Ieder menselijk verhaal ontroert mij, eerlijkheid van mensen ontroert me. Ik houd van eerlijke mensen, mensen die het aandurven om eerlijk te zijn, want dat is echt niet altijd gemakkelijk. Mensen dromen, dromen over betere tijden, gemiste kansen, gekregen kansen, gecreëerde kansen. Ik droom graag, over kunst, liefde, muziek, een wandeling door het park, een zonnig terrasje, een mooie uitvoering.
Gunnen wij onszelf de kans en de tijd om te dromen? Gunnen we onszelf de vrijheid om te dromen? Om los te komen van de werkelijkheid en te streven naar een ideaal, een nieuw doel te formuleren? Nieuwe kansen te creëeren, onszelf en anderen nieuw geluk te gunnen?
Mijn tip.
Zet eens alles in huis uit wat u verbindt met de wereld, zet een mooie cd op. Zoek een plekje waar de zon u verwarmt, doe u ogen dicht en droom.
De wereld wordt zoveel mooier.
zaterdag 29 januari 2011
zaterdag 15 januari 2011
Opa & Oma
Mijn opa en oma
Het is al weer een tijd geleden dat mijn oma overleed. Een hoofdstuk van mijn leven werd afgesloten. Een hoofdstuk van het leven van vele familieleden werd afgesloten. Mijn oma zag dat anders. Al een paar jaren riep ze dat ze graag weer naar ‘hem’ wilde. En wie ze met ‘hem’ bedoelde was volstrekt helder. Dat was haar acht jaar gelden overleden man, mijn opa. Bijna 70 jaar zijn ze bij elkaar geweest. Ze zijn voor mij het toonbeeld van liefde. Liefde zoals die in mijn ogen bedoeld is. In voor en tegenspoed kies je voor elkaar.
Ik heb ze zo’n dertig jaar samen gekend en heb daarna vaak met mijn oma gesproken over liefde, genegenheid en haar visie op de wereld. Ze liet geen misverstand bestaan over haar visie op de wereld. “Je moet elkaar geen pijn doen” en als kleinzoon heb ik mijn opa nooit gekend als sikkeneur. Hij was altijd vrolijk, met hem was altijd plezier te beleven. Toen mijn opa overleed realiseerde ik me dat ik hem nooit als werkende heb gekend. Hij had het zijn van opa tot beroep verheven, althans dat was – en is – mijn blik op zijn carrière. Hij wás er, met heel zijn wezen. Hij was.
Ze hadden beiden een hele positieve kijk op de wereld. Een positieve kijk die ik nog steeds bewonder, en waarvan ik hoop iets in mijzelf te hebben geïncorporeerd. Die positieve kijk op de wereld hadden ze zelf ook verheven tot hun levensmotto, en dat is mooi. En ja, tegenslagen hebben ze ook gekend. Nee dat moet ik anders zeggen, ze hebben ongelofelijk veel tegenslagen gekend.
En toch, iedere keer weer als ze geconfronteerd werden met leed waren ze oprecht verbaasd. Ze keken naar de wereld met een naïeve onschuld die ik nog steeds koester. Een wereldbeeld waarbij het iedere keer weer tot verbazing leidt als er iets gebeurd dat ze niet verwachten. Ik zou willen dat wij – zelfbenoemde wereldburgers – iets van die onschuld die zij hadden zouden kunnen krijgen en kunnen houden. Oorlog, scheidingen, overstromingen, wereldleed maar ook klein leed als een overleden huisdier deed ze pijn. En met hun onbegrip hoe dit toch kan gebeuren waren ze niet alleen de onschuld zelve maar zeker ook wilden ze dat iedereen om hen heen het beter had dan ze zelf hadden gehad.
Ik heb nu regelmatig het idee dat een hedendaagse bewoner van Nederland niet de overlevingskracht heeft die zij hebben gehad. Ze hielden van elkaar, en met die liefde konden ze de wereld aan. Nooit heb ik ze betrapt op hedendaagse wensen van 3 vakanties per jaar, 3D tv’s en andere wereldse onnodigheden. Nee, wat ze nodig hadden in het leven was veel basaler. Ik ken niemand die betere verse soep kan maken dan mijn oma. Ik probeer het regelmatig, maar dat niveau evenaar ik nooit. Ze hadden hun eigen groentetuin, want er gaat niets boven eigen. Als student kwam ik vaak bij ze op bezoek, en iedere keer ging ik weer met een plastic zakje met groenten in de bus terug, sla, rabarber, bloemkool, vers gesneden peultjes. Ze wilden dat hun groente tuin er voor zou zorgen dat ook ik gezond bleef. En gelukkig is die groentetuin er nog steeds.
Ze wilden dat ze het goed hadden, en ze hadden het goed met vrienden en familie. Op zondag kwam de familie en dan keken we schaatsen deden we kaartspelen en kregen de kleinkinderen oranje plastic bakjes met chips. En als het echt gezellig werd mochten we van oma’s geld frietjes halen.
Ze hadden liefde.
Ze hadden liefde, voor elkaar voor hun kinderen en kleinkinderen en voor hun hele omgeving. Ze konden zich niets voorstellen bij haat, nijd en andere pijn die mensen elkaar aan konden doen. Toch hadden ze beter moeten weten, ze zijn samen gekomen vlak voor de 2e wereldoorlog, hebben kinderen gekregen in de oorlog en hebben zelf veel leed gekend.
Ze hadden liefde, voor elkaar voor hun kinderen en kleinkinderen en voor hun hele omgeving. Ze konden zich niets voorstellen bij haat, nijd en andere pijn die mensen elkaar aan konden doen. Toch hadden ze beter moeten weten, ze zijn samen gekomen vlak voor de 2e wereldoorlog, hebben kinderen gekregen in de oorlog en hebben zelf veel leed gekend.
Ze hadden een zo positieve kijk op de wereld dat iedere keer dat het anders blijkt te zijn het weer pijn doet. En in de maatschappij van het heden zie ik steeds meer mensen met een dusdanig negatieve kijk op de wereld dat het alleen maar meevalt als er een dag geen leed is. Het hebben van een negatieve blik op de wereld is in die zin ook een soort van zelfbescherming, en dat is jammer. Nee, dat is heel jammer. Wat zou het fijn zijn als we allemaal iets van die naïviteit van mijn opa en oma zouden hebben. Als dat zou lukken zouden we het met z’n allen een stuk prettiger hebben.
Ik zou willen dat ze er nog waren, dan zouden we iets van ze kunnen leren. Maar ze hebben hun bijdrage geleverd. Ze hebben kinderen opgevoed. Ze hebben kleinkinderen laten zien hoe het moet.
En nu zijn wij aan de beurt.
donderdag 13 januari 2011
De definitie van geluk
Ik heb onlangs een concept blog gemaakt waarin ik het thema geluk probeerde te definiëren.
Ik ben er mee gestopt. Geluk is niet te definiëren. Ruben, als enige overlevende van een vliegramp zal geluk heel anders definiëren, dan de dochter van Richard Howard Hilton zal daar dan een hele andere mening over hebben.
Ik vraag mezelf dan ook of het niet zo is dat je je gaat verdiepen in wat geluk is als je er juist een gebrek aan hebt. Het is een wat trieste blik op het leven van ondergetekende, maar die vraag schoot mij te binnen.
Ik geloof niet, lieve lezer, dat uw auteur een gebrek heeft aan (bijna) alles wat hem gelukkig kan maken.
Ok, hij woont niet in een mooie castello met zijn geliefde Violetta in het platteland van Toscane, maar ook in het kille Holland is genoeg te beleven om het geluks streven te stimuleren en te voeden.
Sterker nog in een mooi leven is het goed toeven. Zeker als de goden u gunstig gezind zijn, en als u zich kunt wentelen in voldoende aandacht en liefde van uw vrienden.
Maar toch roept het simpele feit dat de vraag bestaat ook de vraag op waar de vraag vandaan komt.
Een vriend van me vertelde me vandaag enigszins gniffelend dat hij ernstig ziek is. Zijn boodschap was dat hij ernstig ziek was, maar dat hij zich er verder niet druk om wilde maken. Ik - Alfredo - bewonder die houding. Sterker nog, het roept bij mij de vraag op of ik in dezelfde situatie hetzelfde zou reageren. En het vreemde is dat ik denk dat dat inderdaad het geval is. En wellicht daarom beschouw ik hem als een goede vriend, zo niet zeer goede vriend.
En toch, wat maakt het dat in het menselijk leven de zoektocht naar geluk zo belangrijk wordt gevonden?
Wat maakt dat het hebben van geluk zo belangrijk wordt gevonden?
Hoe kan het dat de volgers van Job Cohen er een geluks definitie op na houden dan de volgers van Geert Wilders?
Is het dan zo dat de definitie van geluk geen alomtegenwoordig begrip is?
Is geluk niet voor iedereen het zelfde?
Hoe kan ik dan, als simpele baron in het 18e eeuwse Italië dat ondefinieerbare geluk na streven?
Hoe kan ik iets nastreven wat ik niet kan definiëren?
Ik kan en wil u niet opschepen met platitudes als : "zo voel ik dat" of "het voelt gewoon goed" want dat soort SBS6 uitspraken zijn u en mij niet waardig.
En het is mooi, want ook in deze week heb ik een ontzettend mooi mens leren kennen, die haar hart op de goede plaats heeft, maar bij wie zeker ook begrippen als eer en toewijding een belangrijke rol spelen.
Ik ben er mee gestopt. Geluk is niet te definiëren. Ruben, als enige overlevende van een vliegramp zal geluk heel anders definiëren, dan de dochter van Richard Howard Hilton zal daar dan een hele andere mening over hebben.
Ik vraag mezelf dan ook of het niet zo is dat je je gaat verdiepen in wat geluk is als je er juist een gebrek aan hebt. Het is een wat trieste blik op het leven van ondergetekende, maar die vraag schoot mij te binnen.
Ik geloof niet, lieve lezer, dat uw auteur een gebrek heeft aan (bijna) alles wat hem gelukkig kan maken.
Ok, hij woont niet in een mooie castello met zijn geliefde Violetta in het platteland van Toscane, maar ook in het kille Holland is genoeg te beleven om het geluks streven te stimuleren en te voeden.
Sterker nog in een mooi leven is het goed toeven. Zeker als de goden u gunstig gezind zijn, en als u zich kunt wentelen in voldoende aandacht en liefde van uw vrienden.
Maar toch roept het simpele feit dat de vraag bestaat ook de vraag op waar de vraag vandaan komt.
Een vriend van me vertelde me vandaag enigszins gniffelend dat hij ernstig ziek is. Zijn boodschap was dat hij ernstig ziek was, maar dat hij zich er verder niet druk om wilde maken. Ik - Alfredo - bewonder die houding. Sterker nog, het roept bij mij de vraag op of ik in dezelfde situatie hetzelfde zou reageren. En het vreemde is dat ik denk dat dat inderdaad het geval is. En wellicht daarom beschouw ik hem als een goede vriend, zo niet zeer goede vriend.
En toch, wat maakt het dat in het menselijk leven de zoektocht naar geluk zo belangrijk wordt gevonden?
Wat maakt dat het hebben van geluk zo belangrijk wordt gevonden?
Hoe kan het dat de volgers van Job Cohen er een geluks definitie op na houden dan de volgers van Geert Wilders?
Is het dan zo dat de definitie van geluk geen alomtegenwoordig begrip is?
Is geluk niet voor iedereen het zelfde?
Hoe kan ik dan, als simpele baron in het 18e eeuwse Italië dat ondefinieerbare geluk na streven?
Hoe kan ik iets nastreven wat ik niet kan definiëren?
Ik kan en wil u niet opschepen met platitudes als : "zo voel ik dat" of "het voelt gewoon goed" want dat soort SBS6 uitspraken zijn u en mij niet waardig.
En het is mooi, want ook in deze week heb ik een ontzettend mooi mens leren kennen, die haar hart op de goede plaats heeft, maar bij wie zeker ook begrippen als eer en toewijding een belangrijke rol spelen.
Ik - Alfredo - heb me in het verleden, maar zeker ook in het heden veel de vraag gesteld wat eerbaarheid, toewijding en wat zelfs liefde en een begrip als 'houden van' eigenlijk betekent.
En eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik de betekenis van die alomtegenwoordige begrippen niet meer helemaal kan plaatsen. Tot ik mijn deze week realiseerde hoe bijzonder mijn vriendin is, en hoezeer ik dat waardeer.
En eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik de betekenis van die alomtegenwoordige begrippen niet meer helemaal kan plaatsen. Tot ik mijn deze week realiseerde hoe bijzonder mijn vriendin is, en hoezeer ik dat waardeer.
zondag 9 januari 2011
La Fanciulla
Gisteren zag ik Puccini’s ‘La Fanciulla del West’ live vanuit The Metropolitan in New York. Ik was met vrienden naar de bioscoop Cinemec in Ede gegaan om aldaar het evenement live te volgen.
Ik heb al eens eerder zo’n opera live in een bioscoop gezien, een mooie ervaring. Helaas gebruikt men niet echt een goede geluidsinstallatie, waardoor de geluidskwaliteit het niet haalt bij mijn bioscoop systeem thuis, en al helemaal niet bij een live ervaring.
Puccini maakt mooie herkenbare opera’s La Fanciulla del West is een bijzondere in zijn reeks. Puccini houdt er van om zijn opera’s te situeren in reële situaties, zo is La Fanciulla in een 19 eeuws goudzoekers dorpje gesitueerd. In het dorp leven alleen mannen en 1 vrouw, de plaatselijke kroeg eigenaar. Liefde heeft ze nog nooit gekend, terwijl de goudzoekers haar aanbidden. Schaarsheid maakt bemind schat ik in. Deborah Voight straalt tussen alle mannen en met haar stem en haar postuur komt ze toch over als een stoere vrouw die zich staande moet houden in deze mannengemeenschap. Eerder al eens heb ik wat geschreven over vrouwen in de opera. De stelling was dat vrouwen in opera’s vaak de leiding hebben, maar daarentegen fysiek de zwakkere zijn. Puccini’s La Fanciulla del West (vrij vertaald Het meisje van het Wilde Westen) bewijst dat de uitzondering de regel bevestigd. Het is evident dat Minnie in deze opera de leidersrol vervult. Met haar vrouwelijkheid, maar ook met haar gehaaidheid draait ze alle mannen uit het dorpje om haar vingers, zelfs de plaatselijke sherrif – mateloos verliefd op Minnie – is een van haar discipelen.
En zoals het in een mooie western hoort komt er op een gegeven moment een echte bandiet in beeld, Dick Johnson, een charmeur van de eerste klasse. Minnie valt als een blok voor hem en voor zijn charmes. En omdat ze de informele leidster van het dorp is lukt het haar om haar bandiet van de dood te redden. Ze overleeft de opera, haar bandiet ook. Maar ze moet helaas wel het dorp verlaten.
Dus hoewel Minnie haar en zijn leven redt is ze toch een beetje verliezer, haar geliefde dorp en haar kroeg dient ze achter te laten om het geluk te zoeken.
En daar raakt Puccini een mooi menselijk thema; “you can’t win them all”. Het geluk nastreven is een belangrijke menselijke eigenschap. Geen geluk zonder offers is de consequentie daarvan, en onbeperkt geluk bestaat niet. In een latere blog ga ik nog eens dieper in op het thema geluk, waarover in mijn ogen veel en tegelijkertijd ook weer niets gezegd kan worden.
Vanmiddag was op radio4 het wekelijkse verzoekprogramma van Miranda van Kralingen. Het valt mij op dat veel verzoeken worden ingediend door alleenstaande mensen, en er met hun verzoeknummers een groet wordt gebracht aan allen die zich op dit moment alleen voelen. Is het zo dat muziek een troostende remedie is voor een gevoel van alleen zijn? En dat elkaar muziek toesturen een gevoel van samen zijn creëert? Bij mijn wandeling met de honden had ik een lentegevoel Shubert's Serenade kwam in mijn hoofd voorbij. En zo is er weer een stukje muziek gedeeld om mensen te binden.
zaterdag 1 januari 2011
Er is een nieuw jaar begonnen
Er is een nieuw jaar begonnen
Een jaar afgesloten
De apotheose is voorbij, een nieuw begin ontstaan
een nieuw begin biedt kansen voor inspiratie, ontdekkingen en verwondering
een nieuw begin biedt kansen, uitdagingen en teleurstellingen
een nieuw begin is ook een einde
maar een nieuw begin is geen moment om terug te kijken
het is een moment om vooruit te kijken
De weg is ongeplaveid
de weg is niet aangelegd
de route ongewis
het resultaat ongewis
het doel is evident
we zoeken naar geluk
Geluk vind je tussen je oren, met je hart, in je onderbuik
vlinders bieden kansen en uitdagingen
spanning is goed, ontspanning is beter
Je doet je ogen dicht en je bent gelukkig
je droomt jezelf in een veld in Chateauneuf du Pape of op het Italiaanse platteland
je bent in de zon op een terras in Florence of in Le Jardin du Luxembourg
waar je ook bent, je zoekt geluk en je vindt geluk
het is gelukt.
Je doet je ogen dicht en hoort muziek
de romantiek van muziek, een mozart serenade
een viool concert van Vivaldi
het liefdes duet van Tristan und Isolde
de sereniteit van de cello sonates van Bach
Je doet je ogen dicht en hoort muziek, je voelt muziek
Het jaar is begonnen
een nieuw begin is begonnen
de weg ligt open en is ongewis
Heerlijk.
.
Een jaar afgesloten
De apotheose is voorbij, een nieuw begin ontstaan
een nieuw begin biedt kansen voor inspiratie, ontdekkingen en verwondering
een nieuw begin biedt kansen, uitdagingen en teleurstellingen
een nieuw begin is ook een einde
maar een nieuw begin is geen moment om terug te kijken
het is een moment om vooruit te kijken
De weg is ongeplaveid
de weg is niet aangelegd
de route ongewis
het resultaat ongewis
het doel is evident
we zoeken naar geluk
Geluk vind je tussen je oren, met je hart, in je onderbuik
vlinders bieden kansen en uitdagingen
spanning is goed, ontspanning is beter
Je doet je ogen dicht en je bent gelukkig
je droomt jezelf in een veld in Chateauneuf du Pape of op het Italiaanse platteland
je bent in de zon op een terras in Florence of in Le Jardin du Luxembourg
waar je ook bent, je zoekt geluk en je vindt geluk
het is gelukt.
Je doet je ogen dicht en hoort muziek
de romantiek van muziek, een mozart serenade
een viool concert van Vivaldi
het liefdes duet van Tristan und Isolde
de sereniteit van de cello sonates van Bach
Je doet je ogen dicht en hoort muziek, je voelt muziek
Het jaar is begonnen
een nieuw begin is begonnen
de weg ligt open en is ongewis
Heerlijk.
.
zaterdag 18 december 2010
uomini e donne
goed… en dan… Mannen en vrouwen.
Een hele tijd heb ik gedacht dat ik dat allemaal wel snapte. Het is heel simpel.
- Mannen zijn macho’s, stammen af van boeren, hebben alleen iets aan concrete informatie, ja-nee vragen en ze houden van techniek.
- Vrouwen, zijn emotionele wezens, willen signalen, gevoelens en erg veel praten. Concrete informatie is niets voor ze, techniek ook niet en van ja-nee vragen krijgen ze kriebels.
- Mannen snappen dat van vrouwen en vrouwen snappen dat van mannen, en daarom werkt het samen ook gewoon.
De wereld is simpel.
En toen werd ik ineens wakker, en bleek dat het allemaal niet waar was. Het was ineens zo dat bleek dat die informatie en signalen die ik dacht te ontvangen op geen enkele wijze bleken te stroken met de werkelijkheid. Het bleek dat ik al die informatie niet gesnapt had en dat er dus sprake was van een communicatieve disbalans.
Een man denkt dan: “Niets aan het handje, even een lijstje maken, besluiten nemen en hup probleem opgelost.”
Nou klaar. Een opgelost probleem is namelijk geen probleem meer, simpel.
De wereld door een mannenbril bekeken is een mooie wereld, je hebt problemen, je hebt oplossingen en je hebt vrouwen, en dat is leuk.
Goed, en zo heb ik onlangs mij eens laten voorlichten. Een groepje dames die mij de wereld van de vrouw zouden verklaren. Het blijkt dat er basisregels zijn die een groot geheim zijn voor de man, maar die essentieel zijn in de communicatie met een vrouw. En dat, lieve kijkbuiskinderen, dat lijstje moeten we eens samenstellen. Een van de beperkingen van de man is het korte termijns geheugen. Ik heb hem dus niet helemaal paraat meer en dat is best problematisch, want nu snap ik het nog steeds niet.
Ik weet er nog een paar:
- Maak een opmerking over het verzorgde uiterlijk, en dan niet van ‘wat zie je er leuk uit’ maar kies een detail, een shawl, een schoen
- Geef aandacht. Luister, maar ben niet stil
- Als je gaat eten, bestel geen enge gerechten waar je mee gaat knoeien en bestel zeker niet het zelfde, houd een eigen identiteit
- De rest ben ik vergeten en dat is het probleem wat nu weet ik het nog niet…
….. - Wat ik wel nog weet, daar waren de dames unaniem in:
“The sex must be great” en het advies dat ik kreeg op dit gebied: cursus volgen…
Van Aristoteles tot Freud, van Freud tot Alfredo, allemaal hebben ze vragen over vrouwen gehad.
Laat je toch niet steeds verleiden door de vrouwen! (Aristoteles)
“Die grosse Frage, die nie beantwortet worden ist und die ich trotz dreißig Jahre langem Forschen in der weiblichen Seele nie habe beantworten können, ist die: Was will das Weib?” (Sigmund Freud)
ALFREDO Un di', felice, eterea, Mi balenaste innante, E da quel di' tremante Vissi d'ignoto amor. Di quell'amor ch'e' palpito Dell'universo intero, Misterioso, altero, Croce e delizia al cor. VIOLETTA Ah, se cio' e' ver, fuggitemi Solo amistade io v'offro: Amar non so, ne' soffro Un cosi' eroico amor. Io sono franca, ingenua; Altra cercar dovete; Non arduo troverete Dimenticarmi allor. | Op een dag zag ik u plotseling vrolijk en vederlicht passeren, en sinds die bewuste dag vervult me een ongekende liefde. Zo’n liefde die is als de hartenklop van het ganse universum mysterieus en waardig Kwelling en genot voor het hart. Ah, als dat waar is, ontvlucht me dan… Ik bied u slechts mijn vriendschap: Liefhebben kan ik niet en ik verdraag zo’n heldhaftige liefde niet. Ik zeg u oprecht, vrijmoedig: U moet een ander zoeken; ’t zal u niet moeilijk vallen mij dan te vergeten. |
La Traviata, Giuseppe Verdi/Francesco Piave, vertaling Jenny Tuin | |
Nou, en nu heb ik dus een probleem. 38 jaar al ben ik op zoek naar het geheim, of in ieder geval het antwoord. En nu had ik de kans om wat te leren en ben ik nog de helft vergeten. Ik heb het gevoel dat ik nu nog steeds de geheimen niet ken, en dat ik dus inderdaad gewoon van de boeren af stam. Ik moet mij als man gewoon beperken tot het kijken naar Top Gear. Ik moet gewoon sneeuw scheppen, voetbal kijken, brallen met de jongens in de kroeg, en hopen dat de wereld op een gegeven moment allemaal voor mij te begrijpen valt.
Dit zijn van die momenten dat ik terugdenk aan mijn opa en oma. Misschien wel de meest dierbare personen in mijn leven. Ze wisten alle antwoorden op mijn levensvragen, ze hadden zoveel levenservaring dat ik ze nog steeds bewonder om wie ze waren en wie ze in mijn herinnering zijn. Mijn oma was achttien toen ze elkaar ontmoetten, een leven lang zijn ze bij elkaar geweest, tweeënzestig jaar waren ze getrouwd. Een leven lang waren ze elkaar trouw.
Het kan niet anders of ze wisten alle antwoorden. En ik neem het mezelf nog steeds kwalijk, ik had al die vragen moeten stellen en ik had op al die vragen antwoord gekregen. Nu kan het niet meer. De nuchterheid van mijn oma is er niet meer. De grappen van mijn opa moet ik nu zelf maken, ik ben geen kleinzoon meer. Ik ben niet klein meer. Mijn opa werd ooit gevraagd hoe hij aan oma kwam hij antwoordde met “Met mijn handen…”
Hij is mijn held!
Hij is mijn held!
En niets begrijp ik van deze wereld. Iedere dag dat ik ouder word heb ik het gevoel dat ik weer iets méér niet snap. Iedere dag roept meer vragen op dan antwoorden, iedere dag heb ik meer punten op mijn lijstje van gespreksonderwerpen. En iedere dag constateer ik dat ik dat lijstje met gespreksonderwerpen nooit af zal hebben. Een paar weken geleden heb ik eens zo’n lijstje gemaakt. Dat was mijn lijstje, simpel concreet, helder. Precies wat mannen nodig hebben. Puntjes wegwerken tot ze allemaal weg zijn. Tot 80% kwam ik. En nu is het lijstje al weer met vele procenten gegroeid. Volgens mij zit ik nu op 600% van mijn originele lijstje.
Welk boek moet ik lezen, help mij…
Welk boek moet ik lezen, help mij…
Ik zal nog eens terug gaan en vragen voor een herhalingscursus.
vrijdag 17 december 2010
Restaurant Bloemkool
Stel….
Je wordt op een dag wakker, en zegt tegen jezelf “Ik heb het, ik ga een restaurant beginnen”.
Dat is de eerste dag van de rest van je leven. Je bent restaurant eigenaar.
Eens even denken, wat heb je nog nodig. Gasten, een paar medewerkers, iemand die kan koken, een zaaltje dat met een paar tafels en stoeletjes kan worden ingericht tot een eetzaal. En dat allemaal tezamen noemen we dan ‘mijn restaurant’ iets van Chez Annie of zo…. Oh nee, verkeerde land, het wordt Nederland, dus kiezen we iets Nederlands. Iets van een groente of zo, Nederland staat bekend om zijn groenten, Prei, of Bloemkool, of Spruitjes…. Eens denken, als je je restaurant naar groenten noemt moet het wel ook op de kaart kunnen staan, en mensen moeten het makkelijk kunnen onthouden. Dan moet je niet aankomen met Schorse Neren of zo…. Nee, we nemen Bloemkool, dat kun je in ieder gerecht wel wegwerken.
Mijn restaurant heet Bloemkool.
OK. We zijn al weer wat verder. Nu nog een plekje…. Wat doen we… we willen er wel iets aan verdienen, dan moet je niet in de grote stad de concurrentie aan gaan, nee, iets anders, iets origineels. De Nederlandse sterrenrestaurants zitten ook niet in de grote steden. Ooit in Sluis geweest? Nee, eerst dat hele Zeeland, bijna in België ben je… Nee, geen grote stad voor mijn restaurant, je moet kunnen uitblinken, en dat is het makkelijkst als de concurrentie niet veel meer is dan het lokale friet kot. Maar goed, ik wil wel wat verdienen, tenslotte zal ik nooit meer op tijd thuis zijn voor Pauw en Witteman, en Lingo? Nee, dat zal ik pas weer zien als ik rijk ben en van mijn pensioen geniet….
Nou, waar moet ik dan toch naar toe…. Ach, weet je wat? We nemen een anoniem forensendorp, veel goed verdienende twee-verdieners. Die hebben toch geen zin om te koken, en werken zo hard dat dat geld toch ergens moet blijven, dan maar bij mij als restaurant eigenaar. Dat koken, nee, laat dat maar aan mij over. Of liever gezegd aan die jongens in de keuken.
Goed, wat willen die forensen. Yuppen ken ik wel, Jong, hip, internationaal, spannende keuken. Maar goed, nu zitten we in een slaapdorp. Al die forensen zijn overdag in de grote stad en komen in dit dorp voor de rust. Mijn keuken moet dus niet al te uitdagend zijn, Bloemkool is de basis, dus voor de rest doen we wat gerechten die de dorpsbewoner al wel exotisch vindt. Ik kom uit Brabant, dus Brabant it is….
Noem eens iets waar je dan zou moeten zijn? Rosmalen, bij Den Bosch? Nee, weinig economie in de buurt, dus die forensen, ik weet het niet.
Breda dan? Op een steenworp afstand van Rotterdam, Tilburg, niet echt slecht…. Ulvenhout? Effen? Teteringen? Dorst? Nee, het gaat niet om de wijn. We nemen Teteringen, dat klinkt wel grappig.
Goed, wat willen die forensen?
Goed eten, niet te veel gedoe, maar wel een verhaal. Als ze thuis komen moeten ze wel iets te vertellen hebben aan hun oude vrienden uit Leiden. Dus we hebben ambities, net zoals de klanten. We willen een ster, dus we maken er een flink stoer verhaal van. Al die forensen willen ook flink wat bereiken, dus dat restaurant waar ze dan op loop afstand hun geld besteden moet daarbij passen.
Ik huur een interieur ontwerper in, die laten we zijn gang gaan. Maar op een gegeven moment kom ik in mijn restaurantje (een oude dokterspraktijk) en staat er op de muur ‘I love fucking life’. Wat betaal ik eigenlijk voor deze ontwerper? Eens vragen om de rekening, en meteen word het me duidelijk waarom deze ontwerper houdt van fucking life. Te beginnen met dat van mij. Hup d’r uit met die ontwerper, de rest doe ik zelf.
Ik hang wat doeken aan het plafond zodat het allemaal wat sfeervol lijkt. Die verwarmingen, die moeten er eigenlijk uit, maar da’s zo duur, nee, ik schilder ze wel zwart, da’s ook hip.
Goed, de gasten komen. Oeps, ze zijn wel enthousiast, het zijn er veel dus ik bel het ROC, “heeft u wat stagiares voor me?” vinden ze wel leuk die forensen, jonge meisjes. Eye candy noemen ze dat.
We presenteren een goed menu, veel leuke gerechten die ze thuis niet maken.
We doen erg ons best, een zes gangen diner met minimaal achttien verschillende smaken, Ze zullen weten dat ze bij ons zitten. Nooit meer zullen ze aan bloemkool denken en altijd zullen ze denken aan die ene avond waarop ze zoveel smaken moesten verwerken dat al het andere eten de dagen daarna tegen viel.
Ik ben restaurant eigenaar en bevalt me goed. De sterrenstatus straalt op me af, de sterren uit Frankrijk komen vanzelf. De zonnebril zet ik al vast op en ik voel me goed…
Het leven is mooi in Teteringen!
En dan wordt het kerst. Een boom doen we niet, daar zitten naalden aan en het probleem begint pas als die naalden er niet meer aan zitten. We kopen wat uitgebloeide bloemen, donderen wat takkenzooi in de vensterbank. Proppen er wat van die plastic ballen tussen. Hup, klaar is die kerst sfeer. Gedoe allemaal, het is dat het wat op brengt, maar daarna gaan we snel skiën.
Abonneren op:
Posts (Atom)