maandag 26 maart 2012

Peer Gynt

Een heldere sterrenhemel, ik dans.
Ik hoor ganzen, eenden, stilte. Een kleine sikkel van de maan tovert een schilderachtig landschap. Ik sta stil en luister. Het is laat, en donker. De sterren zijn zo helder dat je ze kunt tellen. Links en rechts van me twee plassen water. De schittering van de sterren en de maan geeft het moment magie. De stilte wordt gevuld. Ik hoor gefluister, ik voel muziek.

Ik denk aan de muziek van Peer Gynt. Ooit zal ik terugkeren naar de Peer Gynt Vegen in Noorwegen om te genieten van de imponerende natuur en de muziek van Edvard Grieg.
Met de muziek in mijn hoofd dans ik onder de sterrenhemel, het moment duurt eeuwig, de stilte van de sterrenhemel daalt neer  en verzacht de nacht.

Solveigs lied klinkt, een glimlach straalt.

---------------------------------------------------

In 1867 Schreef Henrik Ibsen het verhaal van Peer Gynt, Edvard Grieg maakte er de magistrale muziek bij, nu het best bekend als de Peer Gynt Suites. Een van de mooiste verhalende muziekstukken die ik ken zijn de Peer Gynt suites.

Peer was een jongeman die van fantaseren zijn leven had gemaakt. Hij voelde zich de koning te rijk, en leefde zijn eigen leven. Toen zijn moeder hem vertelde dat ze zichzelf dood wenste om uit haar armoedige bestaan te vluchten was hij zo ontdaan dat hij tegen haar riep ‘Maar ik wordt keizer, dat beloof ik je’.

Op de bruiloft van het meisje Ingrid dat hij volgens zijn moeder had moeten trouwen (de bruiloft was van haar met een ander) ontmoet Peer de predikantendochter Solveig. Solveigs moeder zorgt er voor dat Peer en Solveig elkaar niet kunnen aanraken, maar Solveigs hart is sneller gaan kloppen. Peer wordt verbannen uit het dorp nadat hij toch nog een passionele nacht met Ingrid heeft gehad en trekt de bergen in, op zoek naar zijn droom. Solveig vergeet Peer niet, maar Peer is te druk om zijn eigen fantasie na te jagen.

Vele jaren later als Peer 60 is en een rijk zakenman is geworden is hij nog steeds alleen. Hij leidt schipbreuk en spoelt aan op het strand, de dood staat klaar om hem mee te nemen, hij is volgens de dood klaar met leven en heeft verder geen nut meer. Toch overtuigt Peer om hem nog achter te laten, zodat hij kan bewijzen dat hij wel wat waard is.

Peer vindt een ui en hij besluit dat hij die ui is. Om zijn eigen kern te vinden pelt hij de laagjes van de ui. Maar terwijl hij de ui pelt komt hij er meer en meer achter dat de uit geen kern heeft. Dan hoort hij Solveig zingen, die nog steeds op hem wacht, Peer besluit deze keer – in tegenstelling tot alle andere keren – recht op zijn doel af te gaan en valt Solveig in haar armen. Solveig is tenslotte de enige die Peer’s ware kern kent. De dood verliest, Solveig wint.

woensdag 22 februari 2012

Solo

De sterrennacht in Portico di Romagna lijkt schier oneindig. Terwijl ik in het donker wandel door de sneeuw sta ik regelmatig stil, genietend van de stilte, van de serene rust. Zelfs de straatverlichting is tot rust gekomen. Het leven kwam hier tot stilstand. En de sereniteit blijft hangen.

Zo mooi om stil te staan, de mijmeringen zwerven over het landschap. Een beekje stroomt beneden, een hondje snuffelt aan een hoopje sneeuw. Zou ze hopen dat er iets uit het hoopje springt? Of is het de geur van de rust die haar betovert.

Uren, uren kan ik hier vertoeven.

Ik doe mijn ogen dicht, ik hoor Philip Glass op de achtergrond. Het geluid van het stromende beekje wordt gevuld met violen, de violen kabbelen voort alsof ze samen willen laten horen wat het beekje voelt.


Violen. De sereniteit van een solo viool. Zo zeldzaam, want vaak vergezeld van een orkest. Maar een solo viool, zoals in de magistrale film ‘The red violin’ dromen worden vervuld. De fragiele viool vechtend tegen het monster van massaliteit. Vandaag voel ik me een viool. Geen tweede viool, maar een solo viool. Zelden krijg ik als viool de kans om alleen mijn geluid te laten horen, ik moet rennen om de rest van me af te schudden. Zonder mijn geluidsbehang wil men mij niet horen, terwijl ik strijd voor mijn eenzame recht om gehoord te worden. Die viool, die ben ik, zo voel ik, zo leef ik.

Een eenzaamheid die voortkomt uit het groepsgevoel, een groepsgevoel waarbij de groep overheerst en het individu roemloos lijkt uit te sterven. Een individu, met een schoonheid die niemand te zien of te horen krijgt omdat de groep overstemd, maar een schoonheid die gewoon zichzelf wil zijn.

De muziek van Philip Glass wil vaak zo zijn, dat het individu het geheel overstijgt. Simeon ten Holt met zijn magistrale meesterwerk Canto Ostinato is misschien zelfs de perfecte vorm van abstinatie van het verlangen om te excelleren. Juist de sereniteit van herhaling, van repeteren, en subtiele variaties maken duidelijk waar het in het leven echt om gaat. Voortgaan, en excelleren in het zijn. Het Zijn perfectioneren en voelen hoe het is om te geloven in dat wat komen gaat.


Ik open mijn ogen, de sneeuw kraakt onder mijn voeten. Er is geen maan vanavond, alleen de sterren, die helder aan de hemel staan, geen wolkje te bekennen. En ik vraag me af.

Stel, we zouden daar allebei staan, jij en ik. Wat zou jij voelen, hoeveel sterren zou jij tellen? Hoe zou jij dit moment ervaren? Zou je de stilte de stilte laten, of de stilte willen vullen met geluid, geluid dat verzacht de pijn van eenzaamheid, of verhult te pijn van verlangen. Geluid dat – hoe dan ook – de ruimte vult met een andere dimensie van de stilte van dit moment. Of zou je, net zoals ik genieten van dit moment, de stilte laten wegsterven in de nacht. Een omhelzing in stilte laten gebeuren. Zo stil als mogelijk om het moment niet te vervuilen met onrust.



De stilte verstilt

De stilte sterft in de nacht

In de verte dreigt een onrustig gebrom de stilte te verdoezelen met …….

Ach, ik zwijg en sluit mijn ogen opnieuw om terug te gaan naar dat moment, dat moment dat de wereld om me heen me ruimte gaf voor mijn eigen echo.

maandag 2 mei 2011

Duitsland

Wat moet je er mee, Duitsland, ik snap die mensen niet, ik snap het land niet en ik vraag me af waarom het er eigenlijk ligt.
Tot op heden heb ik Duitsland alleen gebruikt als land om er doorheen te komen, onderweg naar Zwitserland, of liever nog Italië. Word ik ineens wakker in een moment waarbij blijkt dat de reis waar ik voor gekozen heb Oost Duitsland als eindbestemming, sterker nog als doel heeft. Dresden is best grappig. Weinig te beleven, maar wel een Semper Oper. Dat hebben ze goed gesnapt hier. Maar het aantal malen dat ik hier door een inwoner ben aangesproken op het feit dat ik graag een drankje wil bestellen en daar ook best nog netjes (flink) voor wil betalen. Ik snap het niet.
Gisteren. Ik bestel een flammkuchen. Een pizza achtig plakkaatje… op zich best aardig. Dus tien minuten vraag ik of ik er nog een kan bestellen. Het antwoord was dat de keuken helaas al een half uur gesloten was. En nou kappen er mee, ophouden met toeristje pesten. Een vriend van me zei dat je er gewoon tegenin moet gaan, “Ich verbitte mir diesen ton”.
Ik houd daar niet van. Gewoon negeren en doorgaan. Ok, geen flammkoekje voor mij, maar conflicten kan ik nog vaak genoeg aan gaan.
Is de Oost Duitse overlevering van de DDR tijd dan zo’n grote dood-doener geweest? Als ik in de ogen van de mensen kijk zie ik een doodsheid, een blik die mij lijkt te zeggen “het zal mij allemaal een worst wezen”. Een ongeïnteresseerdheid, een afstandelijkheid een nietszeggendheid die ik niet snap. Ik  een  die ik alleen maar met het verleden kan verklaren. De schade uit de oorlog is hier nog volop aanwezig, het lijkt wel of ze geen zin hebben om het op te ruimen. Of ze het eigenlijk allemaal wel best vinden. Plezier maken, genieten van het leven. Wat moois maken van je leven, ik vraag me af of ze hier snappen hoe dat moet. Of ze dat verleerd zijn, niet durven, of ze simpelweg de inspiratie niet hebben om gewoon met z’n allen er iets leuks van te maken.
Ik voel een zekere behoefte om uit te zoeken waarom dit zo over me heen komt. Om te kijken waar mijn idee vandaan komt dat men hier de inspiratie is kwijt geraakt om wat te maken van het leven.
Ik ga het niet doen. Ik wil hier weg.
Ik weet nu zeker dat Duitsland voor mij een land zal blijven waar je niet moet stil staan, en snel moet door rijden naar Italië of in ieder geval een land waar men leeft. Intens leeft.
Je kunt van alles zeggen over Berlusconi, maar leven met emotie, groots leven, alles uit het leven halen wat er in zit, in sommige opzichten bewonder ik hem ook wel weer.
Ich verbitte mir diesen ton!
Ik vind het een geweldige uitspraak. Nee Duitsland voor mij… snel doorheen rijden. Zo hard je kan. En dat is dan misschien het meest positieve aan het land. Dat er door heen rijden, dat gaat in ieder geval prima.

vrijdag 18 maart 2011

Wat is een huis?


Alfredo en Violetta zochten hun rust in een plattelandshuis bij Parijs. Ieder mens heeft een plek nodig waar hij of zij tot rust kan komen. Een plekje eigen, een beetje geborgenheid, een plekje met je eigen rommeltjes en je eigen geurtjes.
Verhuizen staat in de lijst van ‘life events’ met de meeste stress voor een mens. Hoewel er nog heel veel belangrijke zaken boven staan blijft uw Alfredo zich bezig houden met het hier en nu. En op dit moment is het hervinden van vaste grond een thema in het leven.
Een nieuwe omgeving, het zoeken naar een nieuwe habitat is aangebroken. Je habitat verandert. De vraag die je jezelf ook zo moment stelt is of je nog wel leeft. Of de wereld waar je thuishoort wel de wereld is waar je thuis bent.
Je bent als mens geneigd om een habitat te zoeken waarvan je denkt, wil of graag zou willen dat het je habitat is. Je zoekt connectie, je zoekt verbinding, je zoekt, kortom, naar een plek met soortgenoten. Op die plek is het normaal om jezelf te zijn. Op die plek hoef je, tegenover anderen, niet te laten zien wie of wat je bent. Want je bent. Je bent jezelf.
Waar identificeer je je mee. Waar wil je je mee verbinden, waar kun je je mee verbinden, waar kun je je mee identificeren.
Als een mens verhuist begint het grote zoeken. De identiteit wordt opnieuw gedefinieerd. Zoals een vriend van mij onlangs zei, "mensen leven in rollen ". En in die rollen zoeken mensen een plekje. En dat plekje kunnen wij definieerden als de comfortzone. Die comfortzone is een afgebakend territorium waarbinnen een mens zich veilig voelt. Een veilige afbakening van bekend terrein dat bekende terrein moet vooral niet al te vaak veranderen. Want hoe vaker dat bekende terrein veranderd hoe onbekender het terrein wordt en daarmee hoe om een veilige de situatie wordt waarin een mens zich denkt te begeven. Het kan dan zomaar zijn dat een mens zich onveilig gaan voelen, en juist op dat moment ontstaat er angst angst die leidt tot zelfbescherming. Zelfbescherming door het opwerpen van hogere drempels het neerzetten van hoge schuttingen en bijvoorbeeld het stemmen op de PVV. Misschien wel daarom zouden we kunnen stellen dat onze veiligheid, of in ieder geval een gevoel van onveiligheid de grootste reden is waarom de PVV op dit moment de snelst groeiende partij is. De vraag die dan gesteld kan worden is of dat nu juist die politieke partijen die zich richten op dat gevoel van onveiligheid groeien omdat wij ons allemaal onveilig voelen. En daarom voelen wij ons zelf onveilig.

Maar al bij al is het zoeken, of het vinden, zal een nieuwe habitat een rijke ervaring. Een nieuw begin. Een nieuw einde. Maar, hoofdzakelijk een nieuw moment, en daarbij is het niet echt relevant of dat nieuwe moment nu een goed of een slecht moment is. Want iedere moment kan in deze een goed of slecht moment zijn. De dag breekt, aan de dag begint, de uitdaging begint.

vrijdag 11 februari 2011

Marcello, Schaunard, Colline

Mimi
….
Buon giorno, Marcello,
Schaunard, Colline... buon giorno.
(sorridendo)
Tutti qui, tutti qui
sorridenti a Mimì.
Mimi
....
Hello, Marcello,
Schaunard, Colline... hello.
(smiling)
You are all here,
all here smiling to Mimì.

Vanavond is er iets bijzonders gebeurd. Het thema van deze avond is vriendschap. Ik ben in New York, en realiseer me dat ik vrienden heb.


Ik ben naar Puccini’s La Boheme geweest in The Metropolitan in New York. En ik heb gehuild.


Daarvoor heb ik in een restaurant even heerlijk wat rust kunnen vinden, de eerste rust die ik in New York vond. Ik las IJsland van Giphart. Een erg mooie roman over vriendschap. Ik heb hem nog niet uit, dat komt morgen, maar in dat restaurant las ik al zijn zeer emotionele verhalen over zijn vriendin, haar kind, twee spoedritten naar het ziekenhuis, vriendschap met zijn kameraden, en voelde ik me blij. Mijn vrienden zijn me dicht aan mijn hart.


Deze blog is een blog ter meerdere eer en glorie van diegenen die zich mijn vriend mogen noemen. Zoals Puccini’s La Boheme eens te meer aantoont, vriendschap is datgene wat de mensheid draaiende houdt. Vriendschap is datgene wat mij draaiende houdt.


Ik prijs mij gelukkig in de wetenschap dat er mensen om mij heen zijn die zich interesseren in mijn welzijn. Ook zij weten dat die bezorgdheid geheel wederzijds is.


Als ik mijn ogen dicht doe voel ik mijn vrienden, als ik mijn ogen open doe zie ik mijn vrienden, ze delen mijn vreugde, mijn verdriet en samen kunnen we lachen om alle uitdagingen die het leven ons biedt.
Goed of slecht, we hebben elkaar. En oh wat zouden we gelukkig zijn als we allemaal bij elkaar woonden in één wijk, dorp of studentenhuis. Vroeger, ja vroeger, we waren jong, onbezonnen, ongebonden en vrij. We leefden iedere dag alsof het onze laatste was, en iedere dag werden we
wakker in de wetenschap dat het toch niet de laatste dag was. We waren gelukkig, en we zijn gelukkig. We worden ouder, gelukkiger, meer gebonden, meer gereserveerd, minder vrij, maar we hebben elkaar, we hebben elkaar en zijn gelukkig. Of we nu 1 kilometer of 7.000 kilometer van elkaar verwijderd zijn, we zijn er en we blijven er.


Puccini in zijn opera La Boheme beschrijft precies waar het om draait in de vriendschap. Je wordt verliefd, verliest elkaar, bent verdrietig, maar ‘in the end’ ben je er voor elkaar. En als Mimi doodziek terug wordt gebracht naar de studentenkamer van Rodolfo is ze meer dan welkom, inclusief alle vrienden. Iedereen doet wat hij of zij moet doen, de groep is weer een groep, vrienden zijn vrienden.
Vrienden voor het leven. De vriendschap schept een band, een band die geen toelichting behoeft, een band die geen enkele discussie behoeft.


Een band die is, bestaat en blijft.


Vriendschap is mooi.



.

zaterdag 29 januari 2011

Offline?

Ik zit in een vliegtuig.
Bijna negen uur. En terwijl ik daar zit realiseer ik me dat ik ben afgesloten van de digitale wereld. Ik ben op dit moment niet bereikbaar. En ik geloof dat een normaal mens zich daar niets bij kan voorstellen, maar ik voel me ongemakkelijk. Het nadeel van 'the digital age' is dat het niet heel erg ingewikkeld is om 24 uur per dag bereikbaar te zijn. Daarom is 24 uur per dag online en bereikbaar zijn eigenlijk niet eens een vraag, maar een gegeven.

Het is al weer een redelijk aantal jaren geleden dat iemand tegen me zei dat je pas echt belangrijk bent als je het je kunt permiteren niet bereikbaar te zijn. Dat geeft te denken. Kan ik me dit dan wel permitteren? Want belangrijk ben ik zeker niet.
En het gekke wil dat ik me er ook ongemakkelijk bij voel. Er gebeurt van alles in de wereld waar ik nu geen weet van heb, gaat het nog goed met mijn honden, mijn huis, mijn land, de wereld?
Onthecht, is dat het juiste woord? Ver boven de wolken, en als we weer onder de wolken komen is de wereld ineens anders?
Ach, ik heb de (papieren) Volkskrant bij me, dus helemaal verstoken ben ik niet.
Ik werd er onlangs op gewezen dat ik misschien wel veel apparaten in huis heb waar ik mijn. Mail op kan lezen. Het aantal waar we op kwamen is me even ontschoten, maar veel was het wel.

Zo'n digitale onthechting biedt ook een kans. Een kans om eens een mooi boek te lezen, je zonden te overdenken. Nieuwe mensen te ontmoeten, nieuwe ontdekkingen te doen, een vrijheid te herwinnen.

Mensen. Het mooiste wat deze wereld te bieden heeft. Hoe sta ik in deze wereld, hoe staat mijn medemens in deze wereld.
Ik heb vandaag al veel leuke, fijne, mooie nieuwe mensen leren kennen. Wat kunnen mensen toch mooi zijn, en wat is het mooi om leuke nieuwe mensen te ontdekken. Zo wil het toeval dat je je in een vliegtuig bevindt van hot naar her, de halve wereld over. En dat je tussen de 200 mensen in zo'n luchtbus toevallig komt te zitten naast een medebewoner van mijn eigen quartier latin. Je hebt 6300 kilometer te overbruggen gaat het halve land door om aan die reis te beginnen en je belandt naast iemand die 500 meter van je vandaan woont. Het leven kent haar mysterieuze wegen...

Toeval bestaat niet zouden de gelovigen onder ons zeggen, edoch, het bewijs... Toeval.

Dat zet mij - Alfredo - aan het denken. Ik ben er van overtuigd dat ieder mens iets goeds in zich heeft, dat ieder mens een bloemetje in de knop is die - met de juiste verzorging - tot wasdom kan komen als een mooie volwassen bloem. Ik ken eigenlijk alleen maar mooie bloemetjes en bloemen.
Geluk moet je delen.
Geluk is geen exclusief recht, geluk is een universeel gevoel, dat alleen maar sterker kan worden als dat geluk gedeeld kan worden. Ik weet zeker dat mijn dakloze vrienden het hier mee eens zijn.
Ieder menselijk verhaal ontroert mij, eerlijkheid van mensen ontroert me. Ik houd van eerlijke mensen, mensen die het aandurven om eerlijk te zijn, want dat is echt niet altijd gemakkelijk. Mensen dromen, dromen over betere tijden, gemiste kansen, gekregen kansen, gecreëerde kansen. Ik droom graag, over kunst, liefde, muziek, een wandeling door het park, een zonnig terrasje, een mooie uitvoering.
Gunnen wij onszelf de kans en de tijd om te dromen? Gunnen we onszelf de vrijheid om te dromen? Om los te komen van de werkelijkheid en te streven naar een ideaal, een nieuw doel te formuleren? Nieuwe kansen te creëeren, onszelf en anderen nieuw geluk te gunnen?

Mijn tip.
Zet eens alles in huis uit wat u verbindt met de wereld, zet een mooie cd op. Zoek een plekje waar de zon u verwarmt, doe u ogen dicht en droom.

De wereld wordt zoveel mooier.

zaterdag 15 januari 2011

Opa & Oma

Mijn opa en oma

Het is al weer een tijd geleden dat mijn oma overleed. Een hoofdstuk van mijn leven werd afgesloten. Een hoofdstuk van het leven van vele familieleden werd afgesloten. Mijn oma zag dat anders. Al een paar jaren riep ze dat ze graag weer naar ‘hem’ wilde. En wie ze met ‘hem’ bedoelde was volstrekt helder. Dat was haar acht jaar gelden overleden man, mijn opa. Bijna 70 jaar zijn ze bij elkaar geweest. Ze zijn voor mij het toonbeeld van liefde. Liefde zoals die in mijn ogen bedoeld is. In voor en tegenspoed kies je voor elkaar.

Ik heb ze zo’n dertig jaar samen gekend en heb daarna vaak met mijn oma gesproken over liefde, genegenheid en haar visie op de wereld. Ze liet geen misverstand bestaan over haar visie op de wereld. “Je moet elkaar geen pijn doen” en als kleinzoon heb ik mijn opa nooit gekend als sikkeneur. Hij was altijd vrolijk, met hem was altijd plezier te beleven. Toen mijn opa overleed realiseerde ik me dat ik hem nooit als werkende heb gekend. Hij had het zijn van opa tot beroep verheven, althans dat was – en is – mijn blik op zijn carrière. Hij wás er, met heel zijn wezen. Hij was.


Ze hadden beiden een hele positieve kijk op de wereld. Een positieve kijk die ik nog steeds bewonder, en waarvan ik hoop iets in mijzelf te hebben geïncorporeerd. Die positieve kijk op de wereld hadden ze zelf ook verheven tot hun levensmotto, en dat is mooi. En ja, tegenslagen hebben ze ook gekend. Nee dat moet ik anders zeggen, ze hebben ongelofelijk veel tegenslagen gekend.

En toch, iedere keer weer als ze geconfronteerd werden met leed waren ze oprecht verbaasd. Ze keken naar de wereld met een naïeve onschuld die ik nog steeds koester. Een wereldbeeld waarbij het iedere keer weer tot verbazing leidt als er iets gebeurd dat ze niet verwachten. Ik zou willen dat wij – zelfbenoemde wereldburgers – iets van die onschuld die zij hadden zouden kunnen krijgen en kunnen houden.  Oorlog, scheidingen, overstromingen, wereldleed maar ook klein leed als een overleden huisdier deed ze pijn. En met hun onbegrip hoe dit toch kan gebeuren waren ze niet alleen de onschuld zelve maar zeker ook wilden ze dat iedereen om hen heen het beter had dan ze zelf hadden gehad.

Ik heb nu regelmatig het idee dat een hedendaagse bewoner van Nederland niet de overlevingskracht heeft die zij hebben gehad. Ze hielden van elkaar, en met die liefde konden ze de wereld aan. Nooit heb ik ze betrapt op hedendaagse wensen van 3 vakanties per jaar, 3D tv’s en andere wereldse onnodigheden. Nee, wat ze nodig hadden in het leven was veel basaler. Ik ken niemand die betere verse soep kan maken dan mijn oma. Ik probeer het regelmatig, maar dat niveau evenaar ik nooit. Ze hadden hun eigen groentetuin, want er gaat niets boven eigen. Als student kwam ik vaak bij ze op bezoek, en iedere keer ging ik weer met een plastic zakje met groenten in de bus terug, sla, rabarber, bloemkool, vers gesneden peultjes. Ze wilden dat hun groente tuin er voor zou zorgen dat ook ik gezond bleef. En gelukkig is die groentetuin er nog steeds.

Ze wilden dat ze het goed hadden, en ze hadden het goed met vrienden en familie. Op zondag kwam de familie en dan keken we schaatsen deden we kaartspelen en kregen de kleinkinderen oranje plastic bakjes met chips. En als het echt gezellig werd mochten we van oma’s geld frietjes halen.

Ze hadden liefde.
Ze hadden liefde, voor elkaar voor hun kinderen en kleinkinderen en voor hun hele omgeving. Ze konden zich niets voorstellen bij haat, nijd en andere pijn die mensen elkaar aan konden doen. Toch hadden ze beter moeten weten, ze zijn samen gekomen vlak voor de 2e wereldoorlog, hebben kinderen gekregen in de oorlog en hebben zelf veel leed gekend.

Ze hadden een zo positieve kijk op de wereld dat iedere keer dat het anders blijkt te zijn het weer pijn doet. En in de maatschappij van het heden zie ik steeds meer mensen met een dusdanig negatieve kijk op de wereld dat het alleen maar meevalt als er een dag geen leed is. Het hebben van een negatieve blik op de wereld is in die zin ook een soort van zelfbescherming, en dat is jammer. Nee, dat is heel jammer. Wat zou het fijn zijn als we allemaal iets van die naïviteit van mijn opa en oma zouden hebben. Als dat zou lukken zouden we het met z’n allen een stuk prettiger hebben.

Ik zou willen dat ze er nog waren, dan zouden we iets van ze kunnen leren. Maar ze hebben hun bijdrage geleverd. Ze hebben kinderen opgevoed. Ze hebben kleinkinderen laten zien hoe het moet.

En nu zijn wij aan de beurt.